Thamnophis cyrtopsis

Thamnophis cyrtopsis pictures

Wetenschappelijke naam:
Thamnophis cyrtopsis
Nederlandse naam:
Zwartnekkousebandslang
Engelse naam:
Black-necked Garter Snake
Duitse naam:
Halsband-Strumpfbandnatter/Gefleckte Strumpfbandnatter
Ondersoorten: Thamnophis cyrtopsis cyrtopsis (Westelijke Zwartnekkousebandslang)
Thamnophis cyrtopsis ocellatus (Oostelijke Zwartnekkousebandslang)
Thamnophis cyrtopsis collaris (Halsbandkousebandslang)
Herkomst: Thamnophis cyrtopsis cyrtopsis -Van zuidoostelijk Utah en zuidelijk Colorado zuidwaarts door Sonora, de Sierra Madre occidental en het Mexicaanse plateau (ten oosten van noordelijk Hidalgo).
Thamnophis cyrtopsis ocellatus - Het Edwards plateau in Texas.
Thamnophis cyrtopsis collaris - Van zuidelijk Sonora door zuidwestelijk Mexico tot in westelijk Guatemala.

Het actuele weer in het verspreidingsgebied:

(Bij benadering)

Waar er meerdere lokaties getoond worden is er zoveel mogelijk van noord naar zuid gewerkt.

Thamnophis cyrtopsis cyrtopsis
Thamnophis cyrtopsis ocellatus

Thamnophis cyrtopsis collaris
Determinatiegegevens:
Schubbenrijen midden op de rug Maximaal 19
Bovenlipschilden aan één kant Gewoonlijk 8 (soms 7)
Onderlipschilden aan één kant Onderlipschilden aan één kant 10 (soms 9 of 11)
Aantal tanden in de bovenkaak 21 - 29
T. c. cyrtopsis gemiddeld 24,0 bij mannen
T. c. cyrtopsis gemiddeld 22,9 bij vrouwen
T. c. collarus gemiddeld 27,3 bij mannen
T. c. collarus gemiddeld 26,2 bij vrouwen
T . c. ocellatus gemiddeld 24,4 bij mannen
T . c. ocellatus gemiddeld 22,8 bij vrouwen
Buikschilden mannen T. c. cyrtopsis 167 - 179
T. c. collarus 148 - 166
T . c. ocellatus 157 - 164
Buikschilden vrouwen T. c. cyrtopsis 163 - 175
T. c. collarus 144 - 159
T . c. ocellatus 148 - 165
Onderstaartschilden mannen T. c. cyrtopsis 86 - 100
T. c. collarus 86 - 100
T . c. ocellatus 73 - 91
Onderstaartschilden vrouwen T. c. cyrtopsis 75 - 101
T. c. collarus 75 - 101
T . c. ocellatus 63 - 76
Rel. staartlengte mannen T. c. cyrtopsis 23,3 - 26,8 %
T. c. collarus 26,4 - 29,6 %
T . c. ocellatus onbekend
Rel. staartlengte vrouwen T. c. cyrtopsis 22,5 - 26,1 %
T. c. collarus 25,2 - 30,4 %
T . c. ocellatus onbekend
Flankstrepen Als ze aanwezig zijn, dan op rij 2 en 3 en soms ook nog op rij 1.
Rugstreep Aanwezig en meestal steekt deze lichtgekleurde streep duidelijk af tegen de donkere ondergrond. Bij T. c. collaris kan hij ontbreken. De rugstreep doorsnijdt de zwarte halsvlek bij T. c. cyrtopsis en T. c. ocellatus en bij T. c. collaris nooit.
Kleur en tekening Tussen de lichtgekleurde strepen is de rug grijsbruin tot zeer donkerbruin met twee rijen grote, alternerende, zwarte vlekken die langer dan één schub zijn. Deze zwarte vlekken zijn bij donkergekleurde T. c. cyrtopsis nauwelijks zichtbaar. Meestal zijn er grote, zwarte halsvlekken achter de kop te zien. Gewoonlijk liggen er onder de flankstrepen kleine, donkergekleurde vlekjes. De bovenlipschilden hebben bij alledrie de ondersoorten een zwarte rand, het meest opvallend bij T. c. cyrtopsis en T. c. ocellatus. Bij deze twee ondersoorten is dit ook meestal het geval op de onderlipschilden en ontbreken deze bij T. c. collaris (of alleen tussen de laatste twee). De keel is gelig of wit.
Overig -
Bijzonderheden: Mannetjes worden gemiddeld 50 cm lang en vrouwtjes gemiddeld 75 cm. Maximumlengte tot ca. 115 cm.
De aktieve periode is bij de meeste dieren relatief kort, van maart/april tot september. Hieruit kun je afleiden dat ze een lange winterslaap zullen houden; hoe hoger hoe langer.
T. c. cyrtopsis leeft op hoogtes tussen 300 en 2800 meter.
T. c. ocellatus leeft op hoogtes tot ca. 750 meter.
T. c. collaris leeft op hoogtes rond 2000 meter.
Biotoop: T. c. cyrtopsis - de rotsgebieden van de canyon-rivieren. Soms vindt men deze ondersoort ook in bosgebied en in droge streken tot wel 3 km van water vandaan.
T. c. ocellatus - stenige berghellingen, beboste dalen en ook in cederhoutstruikgewas, soms ver van water vandaan.
T. c. collaris - schijnbaar voornamelijk grasland.
Voedsel: Vissen, amfibieën, kreeftjes/krabbetjes en ook wel ongewervelde dieren.
Deze soort schijnt vrij lang zonder voedsel te kunnen in het wild.
Voortplanting: Eind juni tot begin augustus, afhankelijk van de hoogte waar de dieren leven, worden er tussen 7 en 25 jongen geboren. Deze zijn dan ca. 20 cm lang.
Terrarium: Deze soort behoeft een groot terrarium. Waterbassin hoeft niet zo enorm groot te zijn, maar groot genoeg voor de slangen om er met zijn allen tegelijk in te kunnen liggen. Enkele klimtakken en schuilplaatsen dienen aanwezig te zijn.
Als voedsel kunnen vissen, amfibieën (geen inheemse!, maar alleen speciaal hiervoor gekweekte…), muizen en regenwormen gegeven worden.
Schijnt soms vrijwillig en volstrekt willekeurig rustpauzes in te lassen qua voedselopname.
Voor exemplaren die uit het midden- en noordelijke deel van het verspreidingsgebied komen is een winterslaap van 2 tot 4 maanden aan te bevelen.
Voor de meest zuidelijke dieren kan worden volstaan met een winterrust van 1 à 2 maanden (bijv. in het eigen terrarium met de verwarming en verlichting uitgeschakeld).
Bron: Strumpfbandnattern - Hallmen & Chlebowy
The Garter Snakes - Rossman e.a.
Strumpfbandnattern - Thomas Bourguignon
Die Strumpfbandnattern - Frank Mutschmann
EMBL
Links naar info over Thamnophis cyrtopsis: Thamnophis cyrtopsis in Utah
Foto's van Thamnophis cyrtopsis
Thamnophis cyrtopsis in Utah
Thamnophis cyrtopsis op WildHerps