Thamnophis proximus
|
Wetenschappelijke naam:
|
Thamnophis proximus
|
|
|
Nederlandse naam:
|
Westelijke lintslang
|
|
|
Engelse naam:
|
Western Ribbon Snake
|
|
|
Duitse naam:
|
Westliche Bändernatter
|
|
| Ondersoorten: | Thamnophis proximus
alpinus Thamnophis proximus diabolicus Thamnophis proximus orarius Thamnophis proximus proximus Thamnophis proximus rubrilineatus Thamnophis proximus rutiloris |
|
| Herkomst: | Thamnophis
proximus alpinus (Chiapas lintslang) - Centraal Chiapas (Mexico) Thamnophis proximus diabolicus (...) - van zuidoostelijk Colorado zuidwaarts tot in Coahuila, Nuevo León en westelijk Tamaulipas. Thamnophis proximus orarius (Gulf Coast lintslang) - het kustgebied van zuidoostelijk Louisiana tot in noordoostelijk Tamaulipas in Mexico. Thamnophis proximus proximus (Westelijke lintslang) - van Indiana en zuidelijk Wisconsin westwaarts tot in westelijk Kansas en zuidwaarts tot in centraal Louisiana en oostelijk Texas. Thamnophis proximus rubrilineatus (roodstreeplintslang) - Het Edwards Plateau in Centraal Texas. Thamnophis proximus rutiloris (...) - van zuidelijk Tamaulipas en het Guerreros kustgebied tot in het midden van Coasta Rica. |
|
| Het
actuele weer in het verspreidingsgebied:
(bij benadering) Waar er meerdere lokaties getoond worden is er zoveel mogelijk van noord naar zuid gewerkt. |
Thamnophis proximus alpinus | |
|
|
Thamnophis proximus diabolicus | |
|
|
Thamnophis proximus orarius | |
|
|
Thamnophis proximus proximus | |
| Thamnophis proximus rubrilineatus | ||
|
|
Thamnophis proximus rutiloris | |
| Bijzonderheden | Gemiddelde lengte tussen 60
en 90 cm met een maximum van ca. 125 cm. Is net als de verwante Thamnophis sauritus een slanke soort met een lange staart. Deze soort komt voor op hoogtes tussen 0 en 2400 meter. Dieren uit het noordelijk deel van het verspreidingsgebied houden een winterslaap van 5-6 maanden, terwijl de dieren in het zuidelijkste deel vaak het hele jaar door actief zijn. Afhankelijk van het seizoen en leefgebied zijn deze slangen zowel dag- als nachtactief. Houden zich vaak op takken boven water op en laten zich bij verstoring hierin vallen om dan onder te duiken. De twee parietale vlekken boven op de kop zijn helder gekleurd, liggen tegen elkaar en zijn gewoonlijk tamelijk groot. Bij Thamnophis sauritus zijn deze vlekken klein, niet zo helder van kleur en liggen meestal los van elkaar. |
|
| Biotoop | Houdt zich meestal
in de omgeving van water op. Wordt zowel in droge gebieden, dichtbegroeide gebieden en in magrovemoerassen aangetroffen Struikgewas e.d. waarin ze kunnen klimmen is een voorwaarde voor hun aanwezigheid. |
|
| Voedsel | Vooral amfibieën en soms ook vissen. Een enkele keer is waargenomen dat ze hagedissen hadden gegeten (Scincella lateralis). | |
| Voortplanting | De jongen worden tussen juni
(zuiden) en september (noorden) geboren. Per worp tot ca. 25/30 stuks van 15 tot 25 cm lang. |
|
| Terrarium | Voor twee of drie volwassen
exemplaren van deze beweeglijke, schuwe soort is een groot
terrarium met veel klimgelegenheid (dunne takken of plastic planten)
noodzaak. Een groot waterbassin met overhangende takken of planten mag niet ontbreken. Tussen de takken/planten en op de bodem enkele schuilplaatsen creeëren. Vanwege het schuwe karakter kun je het terrarium het beste op een rustige plek zetten, dus liefst niet "in de loop". Ze eten in het terrarium kikkers, vissen, jonge muizen en regenwormen. Twee tot drie maanden winterslaap is aan te bevelen. Belangrijk is om na te gaan, als dat kan, of je dieren uit het noordelijk of zuidelijk deel van het verspreidingsgebied komen. |
|
| Bron | Strumpfbandnattern
- Hallmen & Chlebowy
The Garter Snakes - Rossman e.a. Strumpfbandnattern - Thomas Bourguignon Die Strumpfbandnattern - Frank Mutschmann EMBL |
|
| Links naar sites over Thamnophis proximus | Questions
about Ribbon Snakes in captivity Thamnophis proximus in Wisconsin |
|