Hoe ik voer…

Hoe ik mijn kousebandslangen (Thamnophis) voer…

Dit (op details aangepaste) artikel is eerder gepubliceerd in:

Litteratura Serpentium (Europese Slangen Vereniging)

The Garter Snake (European Garter Snake Association)

 

Inleiding…

Wanneer je iemand vertelt dat je, als hobby, kousebandslangen in het terrarium verzorgt krijg je meestal een van de volgende drie soorten reacties:

  1. Bah, wat eng, is dat gevaarlijk, etc. (het merendeel).
  2. Goh, wat leuk (en dan willen mensen er van alles van weten).
  3. Oh, da’s makkelijk. Gewoon wat vis voeren en klaar (mensen die zelf knaagdier-etende slangen houden en daarom alles denken te weten van de voeding voor kousebandslangen).

Bij vraag 1 probeer je dan uit te leggen dat het allemaal wel meevalt (999 van de 1000 keer zonder bevredigend resultaat, maar toch blijf je het proberen).

Bij vraag 2 vertel je er van alles over tot je merkt dat de aandacht verslapt en gaat over tot de orde van de dag.

Maar bij vraag 3 geef ik gewoonlijk als antwoord dat juist het voeren met knaagdieren makkelijk is, maar dat het best lastig kan zijn om een zo gevarieerd mogelijk dieet voor Thamnophis samen te stellen. Hierop wordt dan meestal met verbazing op gereageerd.

Ik beschouw kousebandslangen als opportunistische jagers. Er is een breed scala aan prooidieren die binnen hun dieet vallen dus zullen ze meestal eten wat er op dat moment beschikbaar is. Wat er daadwerkelijk gegeten wordt hangt af van het biotoop waarin de slangen leven, de aanwezigheid van de prooidieren aldaar en van de plek welke een slang binnen het biotoop inneemt (waterkant of meer landinwaarts).

foto_23a
Volwassen, vrouwelijke Thamnophis sirtalis tetrataenia eet een stuk eendagskuiken…

Binnen dit opportunisme hoort ook “het zich tot aan de nek volvreten” als er veel voedsel voorhanden is in een bepaalde periode. Maar ook de vastenperiodes die er ongetwijfeld zo nu en dan zullen zijn, bijvoorbeeld tijdens langdurige droogte en/of hitte. Dergelijke rijke en arme periodes zullen zich jaarlijks voordoen en is voor de kousebandslangen dus heel gewoon en normaal gesproken niet schadelijk. Ik heb begrepen van mensen die kousebandslangen in het wild geobserveerd hebben dat ze, in hetzelfde gebied, in de ene periode veel goed gevoede slangen aantreffen en in andere periodes veel magere exemplaren. De reserves die de slangen opslaan tijdens de “rijke” periodes helpen hen dan weer door de “arme” periodes heen.

Binnen de groep van Thamnophis-houders zijn de meningen verdeeld over wat nu wel of niet goed is voor hun dieren. Zo zie je bijvoorbeeld dat er in de USA vaak uitsluitend met knaagdieren gevoerd wordt en in Europa, naast knaagdieren ook vaak voornamelijk met vis.

Wie er “gelijk” heeft is niet vast te stellen. En dat hoeft wat mij betreft ook niet.

Grote kwekers in de USA en Duitsland voeren voornamelijk knaagdieren en hebben goede kweekresultaten.

Gijs & Sabine Komen voeren zowel vis als knaagdieren en hebben prima resultaten.

Kwekers in Europa, zoals Steven Bol , Sjoerd van Veen en ikzelf voeren voor een belangrijk deel met vis. En ook hier is het kweekresultaat goed.

Over de leeftijd die de slangen bij beide groepen bereiken zijn niet echt gegevens bekend, maar ik weet wel dat bij de Nederlandse kwekers veel slangen relatief oud worden. Leeftijden van 10 jaar en ouder zijn geen uitzonderingen.

Wat mij betreft is variatie in het menu, waarbij een constante overdaad moet worden vermeden, het belangrijkste.

Ik heb zelf de overtuiging dat, wanneer je zoveel als mogelijk varieert qua voeding, de slangen de beste kans hebben om alle benodigde voedingsstoffen binnen krijgen.

Daarnaast is er ook nog een ander voordeel. Wanneer je slechts één soort prooidier voert en dit is om welke reden dan ook een poosje niet verkrijgbaar, dan heb je misschien een probleem. Voer je een groot aantal verschillende prooidieren (of delen daarvan), dan is er altijd wel iets verkrijgbaar in periodes van schaarste.

De bedoeling van dit artikel is niet om een oordeel uit te spreken over wie de beste methode hanteert.

Ik wil slechts mijn manier van voederen bespreken en vertellen over “waarom” ik dit zo doe, “hoe” ik dit doe en “wat” ik zoal voer.

Tevens zal ik, waar beschikbaar, wat laten zien over voedingswaardes van diverse soorten voedsel. De opgegeven voedingswaardes kunnen natuurlijk variëren want het gaat hier om natuurproducten. Ze zijn dan ook bedoeld als leidraad.

Maar de absolute noodzaak van een grote variatie qua voedselaanbod is tegelijkertijd ook betrekkelijk. Ik heb in de jaren tachtig flinke hoeveelheden Nerodia fasciata gekweekt op een menu van minstens 80 % kippenmaag en -hart en voor de rest voornamelijk visfilet. In deze tijd waren geschikte visjes slecht verkrijgbaar. Dit voer werd altijd bepoederd met extra calcium en mineralen/vitamines (voornamelijk Gistocal). Speciaal voor reptielen gemaakte vitamine/mineralen preparaten waren in die tijd nog niet beschikbaar. De slangen, volwassen en baby’s, deden het geweldig op dit menu.

Om te beginnen: waarom voer ik zoals ik voer?

Ten eerste vind ik alleen maar knaagdieren voeren “te gemakkelijk” en voor mij is dat net zoiets als iets “gratis” krijgen. Het lijkt prachtig maar op een of ander moment heb je toch het gevoel dat je uiteindelijk genaaid wordt.

Daarnaast wil ik zoveel als mogelijk voldoen aan het opportunisme van de kousebandslangen… variëteit bieden dus. Ik vind persoonlijk het voeren van alleen knaagdieren te eenzijdig. Daarnaast past het continue voeren met dergelijke energierijke prooien niet binnen mijn opvatting van de hierboven besproken opportunistische leefwijze van Thamnophis.

Het zoeken naar andere voedsel items om het menu nóg gevarieerder te maken is voor mij een wezenlijk onderdeel van mijn Thamnophis-hobby.

In het dieet van kousebandslangen in het wild zijn knaagdieren slechts weinig aanwezig (behalve bij Thamnophis elegans en wellicht nog enkele andere soorten die niet noodzakelijkerwijs in de onmiddellijke nabijheid van water leven gedurende een groot deel van het jaar, zoals bijvoorbeeld Thamnophis scalaris).

In het artikel van Edgehouse, Michael J. (2008) staan o.a. enkele interessante tabellen (tabel 1 & 2) met daarin onderzoeksresultaten van wat Thamnophis in het wild eet.

tabel2ned
Tabel 1
tabel1ned
Tabel 2

 

 

 

 

 

 

Uiteraard hangt het af van de locatie waar individuele slangen worden gevonden. Leeft een populatie bijvoorbeeld in de buurt van een watertje waar nauwelijks vissen leven, maar waar het krioelt van de kikkers, dan is het logisch dat er meer kikkers dan vissen in de magen worden aangetroffen.

Wat mij het meeste opgevallen is, is dat het belangrijkste deel van het voedselpakket uit kikkers en vissen bestaat. En dat zoogdieren alleen bij T. elegans een rol spelen.

Kikkers als belangrijkste voedseldier zou dus waarschijnlijk in het terrarium een hoge prioriteit moeten hebben, maar…

Het is erg lastig om grote hoeveelheden kikkers te bemachtigen. In Nederland zijn alle amfibieën en reptielen (terecht) wettelijk beschermd, dus komen niet in aanmerking. Je zou een kikkerkweek op kunnen zetten, maar dan moet het wel een grote kweek zijn om 8 tot 10 maanden per jaar voldoende kikkers in alle maten voorradig te hebben.

Maar de belangrijkste reden voor mij om geen kikkers te voeren aan mijn kousebandslangen is een sentimentele… ik vind kikkers veel te leuke dieren en ik zou het niet over mijn hart kunnen verkrijgen deze dieren als voedseldier te gebruiken.

En aangezien er voldoende alternatieven zijn die wel gemakkelijk verkrijgbaar zijn gedurende het hele jaar en waar mijn sentiment geen rol speelt, doe ik het wel zonder kikkers.

Kortom… waar moet het door mij gegeven voedsel aan voldoen?

  1. het moet voedzaam zijn.
  2. het moet relatief gemakkelijk verkrijgbaar zijn in een flink deel van het jaar, vers of diepvries.
  3. het moet betaalbaar zijn.

Hoe?

Als er meerdere slangen in 1 terrarium leven knip ik het voedsel in hapklare brokken die ongeveer even groot zijn als de koppen van de slangen. Dit om het afpakken van voer moeilijker te maken en dus te voorkomen dat ze elkaar in het ergste geval opeten.

Bij het voeren in een terrarium waar meerdere slangen leven moet je er altijd bij blijven. Op de foto van deze twee T. sirtalis pickeringii is duidelijk te zien waarom..
Bij het voeren in een terrarium waar meerdere slangen leven moet je er altijd bij blijven. Op de foto van deze twee Thamnophis sirtalis pickeringii is duidelijk te zien waarom..
foto_12a
Twee Thamnophis fulvus die trek hebben in hetzelfde stukje vis…

 

 

 

 

 

 

 

Hoe dan ook, je moet er altijd bij blijven. Dan kun je, als het fout gaat, nog een foto nemen en de dieren uit elkaar halen. Normaal gesproken zijn de slangen die in 1 terrarium leven ongeveer even groot.

 

Ik knip het voer met een schaar omdat dit voor mij het beste werkt. Ben aan het experimenteren met een blender, want dat kan een hoop tijd besparen, zeker als je veel nakweekdiertjes moet voeden. Maar de eerste pogingen zijn nog geen succes te noemen. Maar dit wordt wel vervolgd.

Wanneer er maar één slang in een terrarium leeft krijgt die hele spieringen en aan hun grootte aangepaste stukken van het andere voer. Het is niet noodzakelijk om hier toezicht op te houden.

foto_01a
Zomaar wat schaaltjes met zalmfilet en spiering.

Ik strooi op de bodem van de voederschaaltjes bij de ene voedingsbeurt een dun laagje algemeen verkrijgbaar multivitaminen/mineralen-poeder dat speciaal samengesteld is voor reptielen. Bij de volgende voedingsbeurt gebruik ik op dezelfde manier Minerall-indoor. En de keer daarop weer de multivitaminen, enz., enz. Dit wordt aangevuld met wat extra vitamine B1 (Thiamine). De supplementen worden elk jaar tijdens de winterslaap weggegooid en in het voorjaar weer nieuw gekocht.

Bij pasgeboren slangen die nog niet eerder gegeten hebben laat ik de toevoegingen allemaal achterwege. Pas als ze een keer of drie-vier hebben gegeten begin ik kleine hoeveelheden supplement toe te voegen. Ik heb gemerkt dat wanneer je meteen bij de eerste voedering supplementen toevoegt ze minder gemakkelijk gaan eten. Hebben ze eenmaal 3 of 4 keer gegeten, dan trekken ze zich er niks meer van aan.

Jonge Thamnophis sirtalis tetrataenia eet spiering.
Jonge Thamnophis sirtalis tetrataenia eet spiering.

Het eerste voedsel dat ik aanbied zijn kleine stukjes spiering. Werkt dit niet na twee pogingen (we zijn dan twee of drie dagen verder), dan ga ik over op zalmfilet of koolvisfilet. Normaal gesproken is een van deze drie soorten voedsel aantrekkelijk genoeg voor hen om te gaan eten.

De eerste twee/drie weken zet ik vrijwel elke dag een schaaltje met voedsel in de opkweek terraria. Ik doe in het schaaltje wat water dat gebruikt is om de vis in te ontdooien. Ik heb gemerkt dat de slangetjes beter en sneller gaan eten op deze manier. Als de eerste twee/drie weken voorbij zijn is het tamelijk goed zichtbaar welke slangen goed eten en welke niet. Het grootteverschil is dan al goed duidelijk.

Grootteverschil tussen een etende en een niet-etende Thamnophis sirtalis tetrataenia na drie weken
Grootteverschil tussen een etende en een niet-etende Thamnophis sirtalis tetrataenia na drie weken

Ik vang nu de niet- en/of slechte eters uit het terrarium en zet die in een apart terrarium.

De goede eters gaan nu over op om de twee dagen eten en dit blijf ik een maand of zo doen.

De niet- en slechte eters hebben nu meer rust en het merendeel gaat dan gewoon eten. Soms is het nodig om een andere voedselsoort te proberen, zoals bijvoorbeeld kabeljauw, schar of sprot. Zo heb ik een keer een aantal halsstarrige niet-etende Thamnophis fulvus “aan de praat gekregen” met stukjes geep. En toen ze eenmaal 1 x hadden gegeten accepteerden ze ook andere vissoorten. Is een kwestie van wat experimenteren.

Deze achterblijvers krijgen de eerste weken ook vrijwel elke dag voedsel voorgeschoteld. Na ca. 4 weken krijgen ze om de dag eten. De enkele diertjes die alles blijven weigeren en er slecht beginnen uit te zien maak ik dood om te voorkomen dat er een lijdensweg ontstaat.

Als alle jongen ongeveer twee maanden zijn wordt het voeren teruggebracht naar om de 3 à 4 dagen. Het merendeel van de achterblijvers is dan inmiddels ongeveer even groot als de slangen die vanaf de eerste keer goed aten. Deze worden dan weer herenigd met hun broertjes en zusjes.

De paar exemplaren die toch wat kleiner zijn gebleven dan de rest krijgen de naam “kneusjes” opgeplakt, blijven gesepareerd van de rest en krijgen vanaf dit moment extra aandacht. Echter alleen als ze het goed doen, maar minder snel groeien Dit houdt in dat ze nog meer variatie krijgen en ook vaker gevoerd worden. Doorgaans zijn deze kneusjes na een jaar of zo op de te verwachten, normale lengte. Deze diertjes blijven gewoonlijk tot minstens hun tweede levensjaar bij mij, maken een winterslaap door en veranderen pas van eigenaar als ik zeker weet dat ze volledig in orde zijn. Of ik houd ze zelf.

Alle jongen van soorten die een winterslaap nodig hebben gaan in hun geboortejaar in winterslaap. Dit heeft nog nooit problemen opgeleverd.

Na hun eerste winterslaap gaan de jongen mee in het voedingsritme van de volwassen dieren. Dat houdt in dat ze elke 5 tot 8 dagen gevoerd worden. Als ze alleen vis krijgen dan krijgen ze gewoonlijk zoveel als ze op kunnen. Als er ook vlees bij zit dan krijgen ze minder.

Ik voer tegenwoordig niet meer alle slangen tegelijk om tijd te besparen. Ik probeer de slangen die alleen in een terrarium zitten (en dus geen toezicht nodig hebben) op de ene dag te voeren en de rest een paar dagen later. En zo kan het gebeuren dat restjes die niet opgegeten zijn na een paar uur in het terrarium van andere slangen gezet worden. Deze krijgen dan evenzogoed ook nog eten als het écht hun beurt is. Zo is er redelijk wat onregelmatigheid en dat is precies wat ik wil.

Wat?

Spiering…

Deze kleine vissen hebben om te beginnen het ideale formaat om aan visetende slangen te voeren. Daarnaast zijn ze relatief gemakkelijk verkrijgbaar, zowel vers als diepvries, zijn ze goed betaalbaar en vinden de kousebandslangen ze schijnbaar lekker. Een ander voordeel is dat de graten tamelijk zacht zijn waardoor er geen gevaar is dat de slangen zich beschadigen aan scherpe graten wanneer je in stukjes geknipte spiering aan je slangen voert.

De mannen gaan door het lint tijdens het voeren.
De mannen gaan door het lint tijdens het voeren.

Het zijn hele visjes met alle organen en graten er nog in. Ze hebben dus een hoge voedingswaarde.

Ik voer twee verschillende soorten, nl. De kleine koornaarvis (Atherina boyeri) en de Europese spiering (Osmerus eperlanus). Een en ander hangt af van wat de leverancier levert.

Op het internet vond ik wat gegevens over de voedingswaarde van spiering.

85 gram spiering bevat 105 calorieën, 19 gram proteïne, 2,6 gram vet, 76 mg cholesterol, 0,699 gram enkelvoudig onverzadigde vetzuren, 0,965 meervoudig onverzadigde vetzuren en is rijk aan mineralen en vitamines.

Thamnophis sirtalis pickeringii “blue” eet spiering en visafval
Thamnophis sirtalis pickeringii “blue” eet spiering en visafval

Het enige nadeel is dat spiering thiaminase bevat, maar dat is simpel op te lossen door thiamine (vitamine B1) aan de visjes toe te voegen. Thiaminases zijn enzymen die de thiamine-moleculen splitsen/afbreken en inactief maken. Ik heb in al de jaren dat ik spiering voer nog nooit een kousebandslang gehad die leed aan de ziekteverschijnselen die door thiaminase kunnen ontstaan. Voor meer info over thiaminase verwijs ik naar de Ziektes-pagina.

Ik denk dat spiering zo’n 75 % van het menu uitmaakt van mijn kousebandslangen.

Knaagdieren…

Deze voer ik niet vaak en voornamelijk aan zwangere kousebandslangen. Meer dan 2 tot 4 muizen per slang per zwangerschap worden er niet gegeven. Alle overige slangen krijgen zo nu en dan muisjes.

Eendagskuikens…

Sinds een jaar of twee voer ik zo nu en dan eendagskuikens aan mijn kousebandslangen. In eerste instantie kregen alleen de grote vrouwen (T. eques scotti en T. sirtalis tetrataenia) zo nu en dan eendagskuiken. De eerstgenoemde krijgt 1 x in de 4 à 5 weken een heel kuiken en de San Francisco kousebandslang een in stukken geknipt kuiken. Voor haar is een heel kuiken te groot.

Jong vrouwtje van Thamnophis s. sirtalis (melanistisch x flame) is gek op eendagskuiken.
Jong vrouwtje van Thamnophis s. sirtalis (melanistisch x flame) is gek op eendagskuiken.

Maar toen duidelijk werd dat deze kuikens erg fanatiek verorberd werden ben ik ze ook aan andere kousebandslangen gaan geven. Ook hier 1 x in de 4 à 5 weken. Ik knip de kuikens in stukken van het juiste formaat en voeg ze toe aan een schaaltje met hierin ook stukjes spiering. Het is mooi om te zien dat de meeste slangen feilloos de stukjes kuiken tussen de vis uit halen. Het gaat hier dan om het vlees, de botjes en de organen van het kuiken en aan veel stukjes zitten ook nog wat donsveertjes. Alleen de kop geef ik dan als extraatje aan de eerder genoemde grote vrouwen.
Ook de baby slangetjes krijgen dit zo nu en dan en eten dit graag.

Voordeel van eendagskuikens is dat ze goed verkrijgbaar zijn (diepvries), niet duur zijn en een prima voedingswaarde hebben.
Eventueel nadeel is dat het in stukjes knippen van de kuikens een vies karweitje is, maar dat vind ik persoonlijk niet erg.
Het vaak gehoorde probleem dat bijv. slangen van het genus Pantherophis dunne, erg stinkende ontlasting hebben na het eten van eendagskuikens heb ik bij Thamnophis niet waar kunnen nemen. Ontlasting van Thamnophis heeft sowieso geen vaste consistentie en de geur is niet opvallend anders dan bij het eten van alleen vis.

Tabel 3
Tabel 3

Op de website van rodentpro vond ik wat gegevens (tabel 3) over de voedingswaarde van muizen, ratten en eendagskuikens.

Zelf heb ik nog nooit ratten aan mijn kousebandslangen gevoerd.

Hier vind je een PDF bestand waarin uitgelegd wordt dat eendagskuikens geschikt voedsel zijn voor slangen in gevangenschap.

 

 

Volwassen vrouw Thamnophis sirtalis tetrataenia...
Volwassen vrouw Thamnophis sirtalis tetrataenia…

Volwassen vrouw Thamnophis sirtalis tetrataenia...
Volwassen vrouw Thamnophis sirtalis tetrataenia…

foto_18a
Grote, volwassen vrouwelijke Thamnophis eques scotti begint aan haar eendagskuiken…

foto_19a
Grote, volwassen vrouwelijke Thamnophis eques scotti verorbert haar eendagskuiken…

foto_20a
In hapklare stukken geknipt eendagskuiken…

foto_22a
Spiering en eendagskuiken…

Sprot…

foto_11a
Thamnophis fulvus eet een stuk sprot…

Bij mijn leverancier van de spiering zag ik op een gegeven moment sprot (Sprattus sprattus) op de bestellijst staan. Worden als hele vis verkocht, dus met kop en organen (tabel 4) . De sprot behoort tot de haringachtigen (Clupeidae), dus het is aannemelijk dat hij thiaminase bevat. Ik ga er overigens altijd van uit dat vissen thiaminase bevatten als ik het niet zeker weet.

Sprot is een klein haringachtig visje met een blauwgroene rug en zilverkleurige flanken dat leeft in scholen in de Atlantische Oceaan, de Middellandse Zee, de Noordzee en de Zwarte Zee. Ze worden ook wel Noorse sardien of sardijn genoemd.

De vissen die ik als diepvries geleverd krijg zijn ongeveer 10 – 12 cm lang; het “vlees” is wat droog en stug.

Mijn grote vrouwen eten deze in zijn geheel en de andere slangen krijgen het in stukjes geknipt. Eenjarige slangen bleken er niet zo gek op te zijn en krijgen het niet meer. Ook al omdat het een vervelende vis is om in heel kleine stukjes te knippen. De wat oudere slangen eten het meestal wel. Ik geef deze vis niet zo vaak, gemiddeld een keer per zes weken of zo. Over het hoge natriumgehalte van sprot maak ik me geen zorgen omdat ik het maar weinig voer.

foto_03a
Moeder en dochter Thamnophis sirtalis tetrataenia eten hele sprotten…
foto_10a
Volwassen vrouwelijke Thamnophis sirtalis tetrataenia eet een hele sprot…

 

 

 

 

 

 

 

Visfilet…

Ik voer gemiddeld 1 x per 2 à 4 weken visfilet. Ik combineer dit meestal met spiering of iets anders, maar ik voer het ook wel zonder andere voedsel items. Wel voeg ik altijd het eerder besproken vitamine/mineralen-supplement toe.

De meest gebruikte vis hierbij is zalm, koolvis en kabeljauw. Maar ik voer ook wel stukjes bot, schar, forel, etc. als we dit zelf eten.

Jonge Thamnophis sirtalis tetrataenia zijn gek op vis (zalm en spiering)
Jonge Thamnophis sirtalis tetrataenia zijn gek op vis (zalm en spiering)

Belangrijk in de keuze van de vis kan zijn of deze gekweekt is of in het wild gevangen. Ik geef de voorkeur aan gevangen vis omdat er over gekweekte vis steeds vaker “verhalen de rondte doen” v.w.b. antibioticagebruik, lagere voedingswaarde, etc. Ik raad vis als Tilapia en Pangasius dan ook niet aan om aan je kousebandslangen te geven.
Zie deze webpagina voor wat meer info. Aangezien ik niet kan controleren hoe ernstig het allemaal is en of dit ook voor Nederland geldt neem in het zekere voor het onzekere.

Sommige soorten kousebandslangen hebben v.w.b. de visfilets een voorkeur voor zalm. Anderen eten liever koolvis. Dit is een kwestie van uitproberen. Ook individueel is er soms een verschil in voorkeur. Om deze reden combineer ik het meestal.

Visafval…

Ik ben altijd op zoek naar manieren om het menu uit te breiden.
Op een bepaald moment had ik een idee en dat heb ik ondertussen uitgevoerd.
Een van mijn broers gaat graag vissen, o.a. in de Ooster- en Westerschelde en andere Zeeuwse wateren.

foto_09a
Thamnophis sirtalis pickeringii, “orange morph” eet visafval.

Ik vroeg hem om het visafval dat overblijft na het schoonmaken van de vis voor me in te vriezen. Ik was vooral geïnteresseerd in de organen en het spijsvereringsstelsel. Daar zitten veel voedingstoffen in. Om het (kleine) risico op parasitaire besmettingen te voorkomen blijft het “afval” minstens een maand ingevroren.

Nadat ik een portie had ontdooid heb ik het waar nodig wat op maat geknipt. Er zat ook een kop van een paling bij en die was precies een mooie maat voor mijn T. eques scotti vrouw.
Het spul is tamelijk glibberig en daarom moeilijk uit het bakje te pakken voor de slangen. Ik heb om die reden (en ook om een beetje controle te houden) de ingewanden e.d. met een pincet gevoerd. Zelfs het T. s. sirtalis, erythristic vrouwtje nam het uit het pincet aan. Normaal is ze daar niet toe te verleiden.

Iedereen is gek op visafval...
Iedereen is gek op visafval…

Het is een wat gore bedoening en om die reden heb ik het later alleen nog in Curver-boxen gevoerd. De eerste keer heb ik in het terrarium gevoerd omdat ik foto’s wilde maken.

Ik heb het ook al een paar keer aan mijn nakweek slangetjes en die zijn er ook gek op.

Ik combineer het gewoonlijk met visfilet of spiering.
Ik geef het wanneer het voorradig is.

Het is ideaal om het te combineren met bijvoorbeeld visfilet. Beetje calcium toevoegen en je hebt een complete vis.

 

foto_14a
Visafval…

foto_29a
Visafval…

foto_17a
Thamnophis radix, anerythristic lust er wel pap van…

foto_16a
Visafval gecombineerd met zalmfilet…

foto_31a
Volwassen vrouwelijke Thamnophis sirtalis tetrataenia eet voor het eerst visafval…

foto_30a
Volwassen vrouwelijke Thamnophis sirtalis tetrataenia eet voor het eerst visafval…

 

Makreel:

In onze plaatselijke supermarkt zag ik, naast de diepvries zalm die ik gewoonlijk koop, ook diepvries makreel liggen voor een redelijke prijs. Omdat ik dit nog nooit had uitgeprobeerd bij mijn kousebandslangen kocht ik een zak.

Deze vis bleek gevangen te zijn bij de kust van Noorwegen en heeft het MSC certificaat. Dit houdt in dat het op duurzame wijze gevangen vis is.

Ik voerde al geregeld zalm aan mijn slangen omdat ze dit erg lekker lijken te vinden en omdat deze vis Omega-3 vetzuren bevat.
Per 100 gram bevat zalm 3,4 gram Omega 3 vetzuren.

Waarom makreel proberen?

Thamnophis s. sirtalis eet makreel...
Thamnophis s. sirtalis eet makreel…

Per 100 gram bevat makreel 6,1 gram Omega 3 vetzuren.

Makreel (Scomber scombrus) is een vette vissoort die grote hoeveelheden Omega-3 vetzuren bevat (eicosapentaenoic acid (EPA) en docosahexaenoic acid (DHA) bevat (6,1 gram per 100 gram vis). Deze vetzuren zijn erg goed voor hart en bloedvaten. En als het gezond is voor mensen, dan zal het ook wel goed zijn voor kousebandslangen was mijn idee.

Naast de genoemde vetzuren bevat makreel natuurlijk ook allerlei vitamines en mineralen. Zie de tabellen onderaan deze pagina voor voedingswaardes van allerlei soorten vis e.d..

Deze hoeveelheden kunnen variëren omdat het een natuurproduct is.

Het enthousiasme bij de slangen was in eerste instantie wisselend. Van alle soorten aan wie ik het gevoerd heb waren er steeds minstens een of twee exemplaren die het aten. In sommige gevallen aten alle exemplaren er van. Sommige aten slechts een paar stukjes en anderen aten zich vol. In hoeverre het meespeelde dat er altijd wat exemplaren moeten vervellen en/of geen trek hebben weet ik niet. Bij de volgende voederingen met deze vissoort was het resultaat ongeveer gelijk aan de eerste keer. De slangen die deze vis wèl aten deden dit zeer gretig.

Ik voer mijn slangen slechts zo nu en dan met makreel, vermengd met andere vis en/of organen.

Onderzoek toont aan dat Omega-3 vetzuren ontstekingsremmend werken en het chronische ziekten zoals hartproblemen, kanker en artritis helpen voorkomen. Omega-3 vetzuren zijn sterk geconcentreerd in de hersenen aanwezig en blijken belangrijk te zijn voor cognitieve- (geheugen en prestaties) en gedragsfuncties.
Meer info hierover…

De top 5 van vissen die Omega-3 vetzuren bevatten zijn: verse zalm, sardienen, de Amerikaanse Elft en ansjovis. Meer info…


Jenreviews

 

 

Op het blog Jen Reviews staat er uitgebreide informatie over allerlei gezondheidsaspecten van voeding.

Hier is het uitgebreide artikel te vinden over Omega-3 vetzuren.

Absoluut de moeite waard als je hiermeer over wil weten.

 

 


Dillies:

Dillies
Dillies

Dillies zijn kleine, bodem bewonende diepzeevisjes die je in 100 grams verpakkingen als diepvries product kunt kopen. Heb geen idee of ze overal verkrijgbaar zijn, maar mijn spieringleverancier verkoopt ze in elk geval wel.

Deze visjes zijn 1 tot 4 cm lang en dit formaat leek me ideaal om te voeren aan babyslangetjes.

Echter, niet alle slangetjes zijn hier van gecharmeerd. Maar als ik ze tussen de andere visstukjes doe eten de meeste er toch wel van. Ik heb geen idee wat de voedingswaarde van deze visjes is, maar aangezien ze in zijn geheel gegeten worden lijkt het me een goede aanvulling op de rest van het menu. Ik geef ze niet vaak, wellicht 1 x in de 6 weken.

 

Kippenorganen:

Kippenlever...
Kippenlever…

Verse kippenhartjes, kippenmaagjes en kippenlevertjes zijn in Nederland voor een gunstige prijs het hele jaar verkrijgbaar in grote supermarkten. Dit orgaanvlees wordt verkocht als kattenvoer, maar kippenlevertjes zijn ook voor mensen heerlijk als je ze bakt. Ik koop meestal een redelijk hoeveelheid tegelijk en vries het in porties in.

Ik voer deze drie soorten kippenorganen gemiddeld 1 x per 4 weken. Gewoonlijk doe ik een aantal stukjes tussen de spiering e.d. Ook bij dit voedsel zijn er veel slangen die deze orgaanvleesstukjes er als eerste tussenuit pakken.

Spiering en kippenlever...
Spiering en kippenlever…

Bij het voeren met dit vlees moet je extra alert zijn want wanneer twee slangen hetzelfde stukje vasthebben is het risico groot dat de een de ander mee naar binnen trekt. Bij het voeren met vis is dit risico kleiner omdat stukjes vis gemakkelijker in tweeën breken.

Niet alle slangen zijn gecharmeerd van de lever, maar het merendeel lust het wel of eet het “per ongeluk” omdat het tussen de stukjes vis zit.

Thamnophis eques scotti, volwassen vrouw, eet een kippenhart
Thamnophis eques scotti, volwassen vrouw, eet een kippenhart

 

 

 

Regenwormen…

Heb ik wel eens geprobeerd, maar geef ik al jaren niet meer.
Ten eerste heb ik de pest aan spitten. En de regenwormen die in de hengelsportzaak verkocht worden om mee te vissen vertrouw ik niet. Deze zijn oorspronkelijk niet bedoeld voor consumptie en je weet maar nooit wat er mee gebeurd is.

Regenwormen worden nogal eens gebruikt om jonge slangen aan het eten te krijgen. Maar bij mij werkt vis in het algemeen ook prima, dus ik begin er zelden aan.

Echter: ik heb in 2014 voor het eerst weer regenwormen gevoerd. De nakweek Thamnophis sirtalis pickeringii (2014) had startproblemen wanneer ik vis gaf. In combinatie met regenwormen gingen ze meteen goed eten.
Wanneer ik een redelijke hoeveelheid regenwormen had, dan vroor ik deze in. Dit werkte net zo goed als verse regenwormen.
In 2015 had ik drie Thamnophis sirtalis tetrataenia die ik niet verkocht had omdat deze niet wilden eten. Van alles geprobeerd en uiteindelijk met regenworm aan het eten gekregen. Na een paar keer worm te hebben gegeven overgegaan op spiering en ze begonnen normaal te eten en deden het vanaf dat moment goed.

Soms zijn regenwormen dus nuttig.
Duidelijke gegevens over de voedingswaarde van regenwormen heb ik niet kunnen vinden.
Ik heb niet het idee dat ik mijn slangen te kort doe als ik geen regenwormen geef.

Voedingswaarde…

Op de tabellen op deze pagina kun je zien wat de voedingswaarden van allerlei, voor Thamnophis geschikt voedsel is.

 


Hit Counter provided by Skylight