Thamnophis elegans

elegansWetenschappelijke naam:
Thamnophis elegans

Nederlandse naam:
Zwervende kousebandslang

Engelse naam:
Wandering garter snake

Duitse naam:
Wandernde Strumpfbandnatter

Ondersoorten:
Thamnophis elegans arizonae
Thamnophis elegans elegans
Thamnophis elegans terrestris
Thamnophis elegans vagrans
Thamnophis elegans vascotanneri
Thamnophis elegans hueyi

Foto’s van Thamnophis elegans…

Herkomst:
Thamnophis elegans arizonae – Navajo County en Apache County in Arizona, alsook de aangrenzende gebieden in Mexico.
Thamnophis elegans elegans – Bergstreken in zuidelijk Oregon en noordelijk Californië; ook in de bergen van San Bernardino (Californië).
Thamnophis elegans terrestris – een smal gebied langs de Californische kust, van Santa Barbara County via de oostkant van de San Francisco Baai tot in Oregon.
Thamnophis elegans vagrans – Van Brits-Columbia en Alberta, via Washington, Montana, Idaho, Oregon, South Dakota, Wyoming, Nebraska, Californië, Utah, Colorado en Arizona tot in Mexico.
Thamnophis elegans vascotanneri – Oostelijk Utah, in de omgeving van de Colorado River en de Green River.
Thamnophis elegans hueyi – Sierra San Pedro Mártir in Baja California, Mexico.

Biotoop:
Deze soort komt in veel verschillende biotopen voor. Dit is ook wel enigszins afhankelijk van de ondersoort en het verspreidingsgebied.
Hij bewoont o.a. verschillende soorten bos, gebieden met veel struikgewas, open grasland en droge zandgebieden.

Voedsel:
Vissen, amfibieën, ongewervelde dieren, vogels, zoogdieren, hagedissen en slangen.
Specifieke voedselvoorkeur is afhankelijk van ondersoort, populatie, beschikbaarheid en seizoen.
Zo is bijvoorbeeld bij T. e. elegans waargenomen dat ze ook spinnen, mieren en kevers eten.

Voortplanting:
De jongen worden gewoonlijk van juli en september geboren.
Een worp kan bestaan uit tien tot twintig jongen, met een maximum van ongeveer veertig.
Hoe groter het vrouwtje, hoe meer jongen.
Soms vormen zwangere vrouwtjes groepen.
Naast de normale voorjaarsparingen zijn er ook wel herfstparingen bekend.

Terrarium:
Gezien de grootte van deze soort is een groot terrarium op zijn plaats.
De meest in het terrarium gehouden ondersoort is T. e. vagrans.
Een inrichting met enkele klimtakken, schuilplaatsen en een niet overdreven groot waterbassin lijkt het meest voor de hand liggend.
Een winterslaap van twee tot drie maanden bij een temperatuur tussen 5 en 10 graden Celsius is voor deze soort noodzakelijk.
Staat bekend als een goed houdbare soort.

Bijzonderheden:
Alle hieronder vermelde zaken zijn “algemeen” voor de soort. Dit kan per ondersoort verschillend zijn.
—————————————————————————————————————————————
Lengte tussen 50 en 100 cm, met een maximum gemeten lengte van 107 cm.
Komen voor op hoogtes tussen 0 en 4000 meter.
Is op sommige plekken massaal aanwezig. Overwintert soms ook in grote groepen. Verlaten de winterslaaplocaties in maart, april of mei. Zoeken deze meestal weer in september op.
Sommige populaties zijn niet zo afhankelijk van water in de nabijheid, terwijl andere juist een tamelijk aquatiel leven leiden.
Deze soort staat er om bekend dat ze soms soortgenoten en/of andere slangensoorten eet. Iets om rekening mee te houden!
—————————————————————————————————————————————
Voor meer gedetailleerde info per ondersoort kun je het beste een kijkje nemen in van de volgende boeken:
Strumpfbandnattern – Hallmen & Chlebowy
The Garter Snakes – Rossman e.a.
Strumpfbandnattern – Thomas Bourguignon
Die Strumpfbandnattern – Frank Mutschmann

Waarnemingen

observatie
Klik hier om naar de Waarnemingen-pagina te gaan…

Hit Counter provided by Skylight