Thamnophis radix

Wetenschappelijke naam:
Thamnophis radixradix

Nederlandse naam:
Prairiekousebandslang

Engelse naam:
Plains garter snake

Duitse naam:
Präirie-Strumpfbandnatter/Tiefland-Strumpfbandnatter

Ondersoorten:
Geen, maar tot 1996 waren er twee algemeen geaccepteerd (Thamnophis radix haydeni en Thamnophis radix radix). Deze zijn inmiddels opgeheven.

Foto’s van Thamnophis radix…

Herkomst:
Van Alberta, Saskatchewan en Manitoba (Canada) zuidwaarts via oostelijk Montana, Wyoming en Coloroda tot in noordoostelijk New Mexico en Oklahoma. Van daar oostwaarts via de Great Plains tot in zuidelijk Wisconsin, noordelijk Illinois en noordwestelijk Indiana.
Geïsoleerde populaties vind je in westelijk Centraal-Ohio, In Missouri en aangrenzend Illinois (in de buurt van St. Louis).

Biotoop:
Prairie- en landbouwgebied. Bij meren, sloten, kanalen, moerassen, rivieren en vijvers. Komt ook in steden voor in de parken en tuinen.

Voedsel:
Vis, amfibieën, regenwormen, insecten, muizen en soms zelfs aas.

Voortplanting:
Paringen vinden meestal plaats in het voorjaar, maar soms ook in het najaar.
Tussen juni en september (afhankelijk van het verspreidingsgebied)worden de jongen geboren. Een worp bestaat gemiddeld uit 25 tot 30 jongen, maar worpen van ca. 60 stuks zijn ook bekend. Er is 1 worp van 92 jongen bekend!
De jongen zijn bij de geboorte tussen 15 en 23 cm lang.

Terrarium:
Twee of drie volwassen exemplaren van deze soort horen in een groot terrarium. Een middelgroot waterbassin waar alle slangen gelijktijding in kunnen liggen is groot genoeg. Natuurlijk mogen wat klimtakken en schuilplaatsen niet ontbreken.
Deze soort heeft een rustig kakarakter en laat zich gewoonlijk gemakkelijk hanteren. Stelt ook weinig eisen aan de inrichting e.d. van het terrarium. Doet het in elke bak goed, normaal gesproken. Is een makkelijke eter.
Een winterslaap van ca. 3 maanden is gewenst.
Deze soort wordt steeds meer in alllerlei kleuren gekweekt, zoals albino, snow, amel, etc.

Bijzonderheden:
Lengte van de mannen tot 85 cm en van de vrouwen tot 105/110 cm.
Komt voor op hoogtes tussen 120 en 2290 meter.
In het noordelijk deel van het verspreidingsgebied delen ze soms massaal de winterslaapverblijven.
Deze soort komt in sommige gebieden massaal voor (hoogste, lokale populatiedichtheid van alle Thamnophis soorten).

Waarnemingen

observatie
Klik hier om naar de Waarnemingen-pagina te gaan…

Hit Counter provided by Skylight