Thamnophis sirtalis

Wetenschappelijke naam:
Thamnophis sirtalissirtalis

Nederlandse naam:
Gewone kousebandslang

Engelse naam:
Common garter snake

Duitse naam:
Gewöhnliche Strumpfbandnatter

Ondersoorten:
Thamnophis sirtalis annectens (Texas kousebandslang)
Thamnophis sirtalis concinnus (Roodgevlekte kousebandslang)
Thamnophis sirtalis dorsalis (New Mexico kousebandslang)
Thamnophis sirtalis fitchi (Valley kousebandslang)
Thamnophis sirtalis infernalis (California roodflank kousebandslang)
Thamnophis sirtalis lowei (Chihuahua kousebandslang)
Thamnophis sirtalis pallidulus (Maritieme kousebandslang)
Thamnophis sirtalis parietalis (Roodflank kousebandslang)
Thamnophis sirtalis pickeringii (Puget Sound kousebandslang)
Thamnophis sirtalis similis (Blauwgestreepte kousebandslang)
Thamnophis sirtalis sirtalis (Oostelijke kousebandslang)
Thamnophis sirtalis semifasciatus (Chicago kousebandslang)
Thamnophis sirtalis tetrataenia (San Francisco kousebandslang)

Foto’s van de verschillende ondersoorten van Thamnophis sirtalis…

Herkomst:
Thamnophis sirtalis annectens – Van oostelijk centraal-Texas tot westelijk Centraal-Oklahoma tot oostelijke Panhandle (Texas) en zuidwestelijk Kansas.
Thamnophis sirtalis concinnus – Van zuidwestelijk Washington zuidwaarts via noordwestelijk Oregon tot in zuidelijk Californië.
Thamnophis sirtalis dorsalis – Zuidelijk New Mexico langs de Rio Grande. Een tweede populatie leeft in noordwestelijk Chihuahua (Mexico).
Thamnophis sirtalis fitchi – Van zuidelijk Brits Columbia (met uitzondering van de zuidwest kust en Vancouver Island) zuidwaarts via Idaho en oostelijk Washington, oostwaarts tot in het centrale deel van noordelijk Utah en westwaarts door Oregon tot in centraal Californië. Tussen Monterey en Santa Barbara bereikt ze de kust en dringt hier het leefgebied van T. sirtalis concinnus binnen.
Thamnophis sirtalis infernalis – Het schiereiland van San Francisco.
Thamnophis sirtalis lowei – Enkele van elkaar geïsoleerde populaties in het westen van Centraal Chihuahua.
Thamnophis sirtalis pallidulus – Noordelijk New England, zuidelijk Quebec en in de kustprovincies van Canada.
Thamnophis sirtalis parietalis – Centraal tot zuidoostelijk Brits Columbia, Alberta en het aangrenzend deel van McKenzie, centraal Saskatchewan, Manitoba zuidwaarts over de Great Plains tot de grens van Texas/Oklahoma.
Thamnophis sirtalis pickeringii – Op Vancouver Island, op het zuidwestelijk kustdeel van Brits Columbia en in het westelijk derde deel van Washington.
Thamnophis sirtalis semifasciatus – Noordoostelijk Illinois en in het aangrenzende deel van zuidoostelijk Wisconsin, alsook in noordwestelijk Indiana.
Thamnophis sirtalis similis – Noordwestkust van Florida, van Walkulla County tot aan Withlacoochee.
Thamnophis sirtalis sirtalis – Zuidelijk New England en zuidelijk Canada zuidwaarts tot Florida en zuidoostelijk Texas.
Thamnophis sirtalis tetrataenia – Het westelijk deel van het San Francisco Schiereiland, van San Francisco County langs de kust tot in San Mateo County, Californië.

Biotoop:
Komt in de meest uiteenlopende biotopen voor. Zowel in de buurt als ver uit de buurt van water, in open gebieden, in bosgebieden, en zelfs tot in steden.

Voedsel:
Vissen, amfibieën, hagedissen, ongewervelde dieren, zoogdieren en vogels. Soms worden zelfs slangen gegeten en ook zijn er gevallen bekend dat ze vogeleieren uit een nest verslonden.

Voortplanting:
Gewoonlijk vinden de paringen tamelijk direct na het beëindigen van de winterslaap plaats, meestal in maart en april. De jongen worden middenzomer tot begin herfst geboren. Een worp bestaat uit enkele tientallen jongen (ook wel afhankelijk van de ondersoort) met een maximum van ca. 85 jongen. Deze zijn ongeveer tussen de 15 en 22 cm lang en wegen dan 2 tot 4 gram. Op plekken waar de mannen en de vrouwen het hele jaar bij elkaar leven komen ook wel 2 worpen per jaar voor.

Terrarium:
Voor deze soort is een groot terrarium noodzakelijk als er meerdere volwassen dieren gehouden worden. Voorzie het terrarium van een ruim waterbassin waar alle in het terrarium aanwezige dieren tegelijkertijd in kunnen liggen/zwemmen. Enkele schuilplaatsen en klimtakken vervolmaken het terrarium.

Bijzonderheden:
Alle hieronder vermelde zaken zijn “algemeen” voor de soort. Dit kan per ondersoort echter verschillend zijn.
Gemiddelde lengte ligt tussen 70 en 100 cm, met een maximum van ca. 140 cm.
Deze soort komt voor op hoogtes tussen 0 en 2540 meter.
Gewone kousebandslangen zijn in het algemeen dag-actief, maar schakelen moeiteloos over op nachtelijke activiteit als het overdag te heet is.
In het noorden van het verspreidingsgebied zijn de dieren ca. 200 tot 220 dagen per jaar actief tegenover in het zuiden soms het hele jaar.
Thamnophis sirtalis tetrataenia wordt gezien als een van de mooiste slangen van de Verenigde Staten, maar is tegelijkertijd een van de meest met uitsterven bedreigde slang.
Thamnophis sirtalis lowei wordt ook wel beschouwd als een geïsoleerd levende populatie van Thamnophis sirtalis dorsalis.
Van Thamnophis sirtalis sirtalis zijn zwarte (melanistische) exemplaren bekend uit het hele verspreidingsgebied, maar in de omgeving van Lake Erie is de concentratie veel groter dan elders. Ook bij andere ondersoorten, bijv. parietalis en similis, komen wel melanistische exemplaren voor.
In Manitoba gaat Thamnophis sirtalis parietalis massaal in winterslaap en neemt in het voorjaar massaal aan de voorplantingsactiviteiten deel. Hier vind je meer over dit fenomeen.

Zie de volgende boeken voor meer gedetailleerde info per ondersoort.

The Garter Snakes – Rossman e.a., Strumpfbandnattern – Hallmen & Chlebowy, Die Strumpfbandnattern – Frank Mutschmann, Strumpfbandnattern – Thomas Bourguignon

 

Waarnemingen

observatie
Klik hier om naar de Waarnemingen-pagina te gaan…

Hit Counter provided by Skylight