Kousebandslangen.nl - Voortplanting

HOME


 

Om met kousebandslangen te kunnen kweken zijn er een aantal voor de hand liggende factoren van belang.
Natuurlijk moet je minimaal een man en een vrouw bij elkaar zetten.
Daarnaast speelt het een rol of de dieren gezond zijn en goed doorvoed. Dit laatste is vooral voor de vrouwtjes van belang.
Verder moeten de klimatologische omstandigheden in orde zijn.

De eerste factor, het samenbrengen van een man en een vrouw is weliswaar voor de hand liggend, maar zeker niet vanzelfsprekend. Want je zal dan toch zeker moeten weten of je daadwerkelijk een man en een vrouw hebt. Je moet dus het geslachtsonderscheid kunnen vaststellen.
Bij volwassen dieren is dit meestal niet zo moeilijk. Vrouwelijke kousebandslangen zijn een flink stuk groter en forser dan mannen. Tenminste, dat is meestal het geval. Ook hebben mannen, relatief gezien, een iets langere staart dan vrouwtjes. Maar dat is niet zo simpel om te zien, omdat vrouwen meestal langer zijn dan mannen. Je moet dus al twee even lange dieren hebben wil je dit kunnen vergelijken. Daarnaast is er een verschil te zien aan de staartwortel. Deze wordt bij vrouwen vrijwel direct na de cloaca smaller terwijl bij de mannen het eerste stuk van de staart even breed blijft of zelfs iets breder wordt. Dit komt omdat er bij mannen twee hemipenissen in de staartbasis liggen.

Deze tekening is gemaakt door mijn zoon Joey (14)


Bij jonge dieren is dit niet zo simpel. Pasgeboren mannelijke en vrouwelijke kousebandslangen zijn even groot. Ook aan de staartwortel is nog geen verschil te zien.
Wat wel kan is de slangetjes (laten) poppen. Kijk op deze pagina hoe dat in zijn werk gaat. Hier wordt ook het sonderen van slangen besproken en getoond. Ik ga hier verder niet op in, omdat je als beginner deze methodes beter niet kunt proberen. De kans op beschadigingen is tamelijk groot als je dit niet goed doet. Laat dit aan een ervaren persoon over en leer daarvan. Hier staan wat foto's waar je ook wat aan kunt hebben... En hier vind je ook wel wat info...
Bij jonge slangetjes merk je vaak ook verschil in geslacht tijdens het eten. Mannen eten gemiddeld meestal wat minder dan vrouwen. Als een vrouwtje bijvoorbeeld vijf stukjes spiering eet, dan zal een mannetje er slechts 3 of 4 eten. Het is een subtiel verschil, maar het valt op den duur wel op. Hier heb je natuurlijk niks aan als je al twee dieren aangeschaft hebt.

Dat de slangen gezond en goed doorvoed moeten zijn spreekt voor zich mag ik hopen en hoort natuurlijk altijd het geval te zijn.

Met klimatologische omstandigheden bedoel ik dat de dieren bij de juiste temperatuur en lichtlengte gehouden worden en dat ze een winterslaap/winterrust hebben doorgemaakt. Al kweken kousebandslangen soms ook wel zonder dat ze in winterrust/winterslaap zijn geweest.
Ik heb in het verleden met twee soorten (T. sirtalis parietalis en T. radix) gekweekt zònder de ouderdieren te laten winterslapen. De jaren erna liet ik ze wel winterslapen, voornamelijk omdat ik vind dat dit onderdeel van hun natuurlijke gedrag is.

Wanneer de slangen uit de winterslaap komen vervellen in ieder geval de vrouwtjes meestal binnen een paar weken. Zogauw de dames hun vel afgeworpen hebben ruiken ze schijnbaar erg lekker voor de heren. Laatstgenoemde achtervolgen de vrouwen onvermoeibaar en kruipen constant schokkerig over hen heen. Op een bepaald moment komt het tot een paring. Het mannetje drukt zijn cloaca tegen de hare en stopt een van de hemipenissen er in. Een paring kan wel tussen een half uur en enkele uren duren. Op een bepaald moment vind het vrouwtje het genoeg en begint te kruipen. Als het mannetje dan niet snel zijn hemipenis kan terugtrekken uit haar cloaca, sleurt zij hem hieraan door de bak. Ik heb wel gezien dat een man meer dan een uur aan zijn hemipenis werd voortgetrokken, waarbij hij naar links en zij naar echts wilde (of andersom). Uiteindelijk lieten ze elkaar los en leek het of er niks gebeurd was. Behalve dan dat de dame zwanger gemaakt was.

 

Zijn er meerdere mannen in het terrarium aanwezig, dan zullen ze meestal met z'n allen strijden voor hetzelfde vrouwtje en over haar heen kruipen om met haar te paren.

 

In een groot terrarium (200 x 60 x 50 cm) leefden bij mij een paar jaar een groep Thamnophis sirtalis parietalis. Dit waren drie mannen en drie vrouwen.
Na de winterslaap "werkten" de heren steeds met zijn drieën één vrouwtje af. Ze begonnen met het vrouwtje dat het eerste verveld was. Wanneer het tweede vrouwtje ging vervellen doken ze met z'n drieën op haar en idem bij vrouwtje drie. Er was absoluut geen sprake van paarvorming of voorkeur.

Thamnophis sirtalis sirtalis tijdens de paring Foto © Tom Preney.

Kousebandslangen zijn ovivipaar oftewel eierlevendbarend. Dit betekent dat de jongen in zijn geheel tot ontwikkeling komen in het lichaam van de moeder. Op het moment dat deze de eieren legt komen die uit en doorbreken de jongen het eivlies. Deze "eieren" hebben geen kalkschaal maar slechts een vlies dat de jongen omhult.

Na ongeveer 8 tot 12 weken worden de jongen geboren. Die zijn, in zijn algemeenheid genomen, tussen de 10 en 25 cm lang. Een worp bestaat uit tussen de 5 en 25 jongen, maar grotere worpen komen ook voor. Dit is o.a. soortafhankelijk, maar ook afhankelijk van de grootte/leeftijd van het vrouwtje. Van Thamnophis sirtalis is bijvoorbeeld bekend dat een worp uit wel 80 jongen kan bestaan en van Thamnophis radix schijnt een worp van 92 jongen bekend te zijn.

Van diverse Thamnophis-soorten is bekend dat de vrouwtjes sperma kunnen opslaan. Een deel van het zaad van de voorjaarsparing kan worden opgeslagen (de zaadcellen blijven dan in leven in de eileider) en dit wordt dan gebruikt voor nog een (of twee) worpen datzelfde jaar. Zelfs een (of twee) jaar later kan het vrouwtje zich soms nog bevruchten met hetzelfde, opgeslagen sperma. Er zijn zelfs schijnbaar gevallen van vertraagde bevruchting (amphigonia retardata) bekend van drie jaar.

De jongen breng je het beste onder in verschillende bakken. Groepjes van 5 à 7 jongen per bakje zijn nog redelijk te overzien. De verdere verzorging kan hetzelfde zijn als die van de volwassen dieren. Alleen zul je het voedsel veel kleiner moeten maken. En erg alert moet zijn op ontsnapping. Zoals eerder gezegd: jonge kousebandslangetjes zijn meesters in het ontsnappen.


On May 20, 2010 there were 41 young born form Thamnophis sirtalis tetrataenia. This was the second litter for this female. No death young and no slugs.
One young was not good and died after afew days. One young had two heads and died after a week.

 


On June 23, 2010 there were 9 young born form Thamnophis atratus atratus. This was the second litter for this female. No death young and no slugs.


On June 23, 2010 there were 9 young born form Thamnophis melanogaster canescens. This was the first litter for this female. No death young and no slugs.

 


 

Birth of seven T. melanogaster 2011

 


 

Enkele foto's van eigen nakweek, 2 dagen oud.

De slangetjes zijn ca. 14 cm lang en 3 à 4 mm dik

 


Deze Thamnophis eques cuitzeoensis is pas een week of drie oud, maar nu al kapsones...

 

Snake with an attitude...

 


Kousebandslangen.nl - Winterslaap

Back

Hoe doe je dat nou… winterslaap? Ik zal proberen dat uit te leggen.
Als de dagen korter worden en de nachttemperatuur wordt wat lager, dan merk je dat je slangen minder actief worden. Zeker als je 's nachts niet extra verwarmt. De slangen zouden zich in de natuur instinctmatig gaan voorbereiden op de winterslaap.

In het terrarium kun je er voor kiezen of je wel of geen winterslaap geeft. Persoonlijk ben ik er een voorstander van om dit wél te doen, al is het maar omdat dit een onderdeel is van hun natuurlijke gedrag. Daarnaast vind ik het ook wel lekker om een paar maanden geen of minder dieren te verzorgen. Ik zit op mijn werk al hele dagen tot aan mijn ellebogen in de reptielen. En nu heb je tijd om bijvoorbeeld je terraria op te knappen en dergelijke.
Daarnaast merk ik altijd dat de slangen er in ieder geval niet onder lijden en dat ze vaak "gezonder" te voorschijn lijken te komen in het voorjaar.

Belangrijkste vraag die je jezelf moet stellen voor je aan een winterslaap begint is: zijn de dieren gezond en goed doorvoed?
Zwakke dieren die een slechte voedingstoestand hebben kun je beter niet laten winterslapen. Aan de andere kant komt het ook wel voor dat slecht etende dieren na de winterslaap een stuk gulziger zijn. Winterslaap kan soms letterlijk heilzaam zijn. Zo laten sommige kwekers hun niet etende jongen winterslapen met de bedoeling dat ze na het ontwaken wel gaan eten. En dat geeft best vaak een goed resultaat.

Ik zal hier opschrijven hoe ik het gewoonlijk doe. Da's waarschijnlijk het duidelijkst.

In november (geen vaste datum, maar wanneer het me uitkomt en het koud genoeg begint te worden) begin ik met de voorbereidingen. In eerste instantie is het enige wat ik doe: stoppen met voeren. Na een week verkort ik de lichtlengte en verlaag de dagtemperatuur door bijvoorbeeld een lager wattage lamp te gaan gebruiken. Ik zorg er wel voor dat er altijd een plek blijft waar het meer dan 30 °C. wordt.
De lichtlengte verkorten doe ik als volgt. Ik begin met het licht een half uur later aan te laten gaan en een half uur eerder uit te laten gaan.
Elke twee/drie dagen herhaal ik dit.
Na zo'n anderhalve week is hun darmstelsel wel leeg, want je hebt al die tijd niet gevoerd! Dit is van levensbelang (het niet meer voeren). Mochten er nog etensresten achtergebleven zijn tijdens de winterslaap, dan gaan die rotten en zal je slang doodgaan.
Nu is het tijd om alle lampen uit doen en als je terrarium op een lichte plek staat, bijvoorbeeld bij een raam, doe je er een doek over zodat het donker wordt in de bak.
Een of twee dagen later haal je de slangen uit het terrarium en plaats ze in de winterslaapdoos. Dit kan een klein, kunststof terrarium zijn of een "curverbox" of iets dergelijks. Belangrijk is dat het vochtvast moet zijn (kunststof) en ontsnappingsvrij.
Ik gebruik als substraat in de winterslaapdozen gewoon zaagsel met daarop een stuk badstoffen of katoenen doek. Het zaagsel wordt aan één kant van de doos licht vochtig gemaakt en de andere kant hou ik droog. Zo kunnen de slangen kiezen waar ze willen liggen. Het op het oppervlak liggende doek maak ik nat en knijp ik goed uit. De slangen liggen daar graag onder. Ongeveer 1 x per week sproei ik die doek een beetje vochtig nadat ik de slangen heb gecontroleerd. Ik zet geen drinkwater in de dozen. Sommige mensen doen dit wel, maar ik denk maar zo… in de natuur staat er onder de grond ook geen bakje met water. Wanneer ik het doekje besproei, besproei ik ook de wand van de doos aan een kant. Als de slangen willen drinken kunnen ze dat hier doen.
De eerste twee dagen zet ik de winterslaapdoos op een rustige, koele plek.
Daarna zet ik deze op de echte winterslaapplaats. Dat is in mijn geval een onverwarmd deel van de zolder. Hier wordt het in de wintermaanden eigenlijk nooit lager dan 8 tot 10 °C. en meestal is het daar tussen de 10 en 15 °C. Dit is eigenlijk te warm, maar het is niet anders. Wanneer de winter streng is en de temperatuur op zolder lekker laag blijft (onder de 10 °C.), dan laat ik de winterslaap langer duren dan wanneer het een kwakkelwinter is waarbij het te warm blijft op zolder. Bij een koude winter laat ik de dieren toch al vlug een maand of drie slapen. Bij te hoge temperaturen stop ik er na 6 tot 8 weken mee. Dit hangt ook van de soort af. Dieren die een echt lage temperatuur nodig hebben gaan zonodig de koelkast in. Eigenlijk zou een koelkast op zolder, speciaal voor de kousenbandslangen, het beste zijn. Die komt er waarschijnlijk ook nog wel eens. Tenslotte verbruikt zo'n ding op een koude plaats niet zo veel energie en hij hoeft maar een paar maanden te draaien. En als je eens een feestje hebt, kun je hem een dag eerder aanzetten en heb je voldoende koud bier en frisdrank. Zo snijdt het mes aan twee kanten.

Foto's van een paar van de slangen tijdens de winterslaap...

 


In het voorjaar zet ik de slangen weer terug in hun, volledig gereinigde en heringerichte terrarium. Heb tot voor een paar jaar geleden ze de eerste paar dagen zonder licht en warmte laten zitten. Dan schakelde ik de boel weer aan. Ik verleng de lichtlengte niet geleidelijk, maar geef ze meteen de volle mep (12 uur per dag). Idem v.w.b. de temperatuur. Ik heb de lichtlengte en de temperatuur ook wel eens een paar jaar geleidelijk verlengd, maar ik merk geen verschil. Op beide manieren reageren de slangen goed.
Tegenwoordig gaan ze zo vanuit de winterslaapdoos (bij ca. 10 graden C.) het terrarium in. Hier schakel ik de lampen ongeveer gelijk aan met het in de bak zetten van de dieren.
Dit werkt prima. Zo was dit jaar (2010) een van de mannen van T. s. tetrataenia
al volop paarpogingen aan het ondernemen, een half uur nadat ze in de bak gezet waren.
Dezelfde methodes heb ik ook gebruikt bij o.a. Lampropeltis- Elpahe- en Pantherophis-soorten. Ik heb nog nooit een slang verspeeld tijdens deze manier van winterslapen!
De eerste vier tot zeven dagen bied ik de dieren nog geen voedsel aan want dat heeft weinig zin. Ze eten dan gewoonlijk toch nog niet. En een eesrte weekje zonder voedsel kan absoluut geen kwaad.